Wij bedenken creatieve en innovatieve oplossingen en we doen
Wij maken drukte voor jouw organisatie

A man’s world?

DruktemakersCreatief in omdenken en innovatief voor jouw onderneming.

Ik kijk opzij. Alex houdt met één hand de tip van de vleugel vast en heeft zijn andere hand omhoog. Hij kijkt ingespannen naar de lier aan het eind van de landingsbaan. Ik trek nog een keer mijn gordel strak, pak de stuurknuppel en voel dat de kist in beweging komt. Alex knikt me bemoedigend toe en rent mee tot ik genoeg vaart heb. Ik trek de knuppel langzaam naar me toe en kom los van de grond.

Een man van weinig woorden

Ik ben zeventien. Ik breng veel weekenden door op de zweefvliegclub in Veendam. Dit is de eerste keer dat ik solo mag in een kunststof eenzitter, de G-102. Glimmend wit en veel gestroomlijnder dan de tweezitter van canvas waarin ik gelest heb. Erik, mijn instructeur komt naar me toe en zegt: ‘Na Jeroen’. Erik is een man van weinig woorden. Een echte Groninger. Communicatietechnisch zou een cursusje hem niet misstaan. Had ik dat balletje toen maar opgegooid. Uit de twee woorden maak ik op dat ik aan de beurt ben zodra Jeroen geland is. Ik knik en ben stiknerveus.

Kantje boord

Eenmaal van de grond voelt het niet goed. Ik had allang op 150 meter moeten zitten maar de hoogtemeter loopt veel te langzaam op. Ik trap de pedalen in; links - rechts – links; Het sein voor degene op de lier om meer gas te geven. Er gebeurt niets, de vaart loopt eruit en het zweet breekt me uit. Eenmaal boven zie ik meteen hoe laat het is; de grond is veel te dichtbij, ik zit zeker 100 meter te laag. Paniek.

Crisis-Annemiek neemt het over. Moet wel, want op Veendam vliegen we - heel primitief - zonder radio, dus ik sta er alleen voor. Ik draai een kwartslag naar rechts en nog een. Het voelt als een eeuwigheid voordat ik bij het begin van de landingsbaan ben. Ik zie de gespannen gezichten van de clubleden die omhoog kijken; geen goed teken. Er zit nog een leskist voor me maar ik heb geen tijd meer, ik moet er voorlangs. Nog een kwartslag draaien voordat ik de landing in kan zetten. De vleugels van een zweefvliegtuig zijn lang. Op dit moment levensgevaarlijk, want als ik in de bocht met een tip de grond raak dan word ik de grond in gelanceerd en ben ik morsdood. Ik draai de scherpste bocht uit mijn korte vliegcarrière en met dat ik de kleppen uittrek voor de landing raakt mijn wiel ook al de grond. Dat scheelde een haar.

Je niet laten kennen

Ik doe de kap open en stap uit, m’n benen zijn van rubber. Eigenlijk moet ik huilen maar ik trek mijn gezicht strak en laat me niet kennen. Samen met drie maatjes duw ik de kist zwijgend terug naar de start terwijl de leskist die achter me zat over ons heen de landing inzet. Uit het zwijgen van alle clubleden maak ik op dat het inderdaad kantje boord was.

‘Zo’, zegt Erik, ‘gelijk nog maar een keer’.

Kuddedier

Als je van een paard valt moet je er gelijk weer opklimmen, anders durf je nooit meer. Ik heb die dag inderdaad nog gevlogen, hoofdzakelijk gedreven door de angst voor gezichtsverlies. Als een van de weinige ‘meisjes’ bij de club, paste ik me aan aan de cultuur van de groep, je bent tenslotte een kuddedier en wilt erbij horen. Het is een mannenwereld, dus: niet lullen maar poetsen, vooral geen emoties tonen en pijn is fijn. Deze tactiek heb ik ook daarna veel toegepast in de mannenwerelden waarin ik me begaf.

‘Vrouwelijke’ communicatie

Met de ervaring die ik nu heb vraag ik me af hoe anders het geweest zou zijn als ik toen gewoon gehuild had na mijn ‘bijna-doodervaring’. Als ik mijn instructeur vooraf verteld had dat ik zenuwachtig was. Dan had hij me vooraf wat betere instructies kunnen geven over waar je op moet letten als je voor het eerst vliegt in een eenzitter. En misschien hadden we zelfs een verandering kunnen doorvoeren: Dat iedereen die solo gaat, verplicht met radio vliegt. Zodat je contact kunt houden met de instructeur. Net als bij rijles. Geen vreemde gedachte toch? Wat een beetje ‘vrouwelijke’ communicatie al niet kan doen.

Slaan feministen de plank mis?

Ik denk dat feministen de plank soms misslaan. Dat ze teveel nadruk leggen op ‘wij kunnen alles wat een man ook kan’. Dan krijg je vrouwen die zich gedragen als een man. Dan is ‘doen wat een man doet’ een doel op zich. Mijn ervaring is dat als je dit doet, bijvoorbeeld door de leiding te nemen op een mannelijke manier, dit maar tot op zekere hoogte gewaardeerd wordt. Bij een man heet dit leiderschap, bij een vrouw heet het ‘kenau’.

Zelf geloof ik erin dat zowel mannen als vrouwen kwaliteiten hebben en dat deze even waardevol zijn. Ze vullen elkaar aan. Deze kwaliteiten zijn uiteindelijk genderneutraal. Communiceren en intuïtie worden gecategoriseerd als ‘vrouwelijk’, maar zowel mannen als vrouwen kunnen hier gebruik van maken. Leiderschap en besluitvaardigheid worden gecategoriseerd als ‘mannelijk’, maar hiervoor geldt hetzelfde.

Feminisering

Ik geloof in evenwicht. Dit betekent: iets meer ‘vrouwelijke kwaliteiten’ invoeren in hoofdzakelijk ‘mannelijke’ omgevingen. En omgekeerd. Of dit nu door mannen of vrouwen is, dat maakt niet uit. Dit heet feminisering en is heel wat anders dan feminisme. Wat vind jij?

Sparren over evenwicht in je organisatie? Of een inspirerende brainstorm met je team over communicatie? Druktemakers denkt graag met je mee!

>> Geschreven door: Annemiek Boezeman >> Tekstregie: Adriaan Pals

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.